Arbeidsparticipatie en werkloosheid

Werkloosheid onder jongeren of het hebben van tijdelijk werk vormen beide een groot probleem. Geen wonder dat het vaak tijdens parlementaire verkiezingen een grote rol speelt in de partijprogramma’s van de verschillende politieke partijen. Een veel gehoorde zin is dan vaak dat een grote groep jongeren die werkloos zijn of tijdelijk werk hebben aansluiting missen op de arbeidsmarkt. Toch verschilt het per land hoe goed jongeren aan kunnen sluiten op die arbeidsmarkt en of ze een (vaste) baan kunnen krijgen.

Onderzoeken hebben aangewezen, en zo lijkt ook wel logisch, dan werkloosheid ervoor zorgt dat veel jongeren worden gehinderd in het vinden van aansluiting op de arbeidsmarkt. Daar komt bij dat ook is aangetoond dat economische globalisering zorgt voor een vermindering van de werkloosheid en zorgt ervoor dat jongeren beter kunnen integreren op de arbeidsmarkt. Ze kunnen bijvoorbeeld gehinderd worden doordat zittende arbeiders te goed beschermd worden. Een ander belangrijk resultaat is dat landen waar het onderwijs beroepsgerichter in mindere mate kampen met de hoge werkloosheid.

Als je kijkt naar de gegevens wat betreft jongeren in de leeftijd van 15 tot 26 jaar die in dienst zijn en jongeren die werkloos zijn tussen 2011 en 2015 vallen een aantal dingen op. Aan de ene kant zie je dat er, als je de gehele periode van vijf jaar bekijkt, dat er geen enorme verschillen zijn. Er zijn hier en daar wel fluctuaties, maar geen enorme veranderingen. Het ligt er maar net aan hoe je de gegevens bekijkt. Zo kun je de conclusie trekken dat ten opzichte van 2014, 2015 een goed jaar is geweest aangezien het aantal jongeren dat in dienst is en dus een baan heeft is gestegen van 625.000 naar 638.000

Dit lijkt op zich een vrij grote stijging. Wanneer je 2015 echter vergelijkt met 2011, valt op dat het aantal werkende jongeren nagenoeg gelijk is. In 2011 waren namelijk 634.000 jongeren in dienst van een werkgever. In 2012 en 2013 nam dat getal zelfs nog wat toe, waarna het weer zou dalen in 2014. Hetzelfde geldt logischerwijs voor de werkloze jongeren die wel een baan zoeken. In 2011 waren dit 51.000 jongeren in Nederland en in 2015 waren dit er 60.000. Ook dit is geen enorm verschil. De werkloze arbeidskrachten namen in 2013 nog toe tot 78.000, waarna het zou dalen tot 60.000 in 2015, wat op zich een goed gegeven is.

Dit betekent dat de groep werkloze werkzoekenden ten opzichte van 2013 in ieder geval is gedaald. Natuurlijk is er ook een grote groep jongeren in de leeftijdscategorie 15 tot 26 jaar die niet werkt, aangezien velen van hen nog onderwijs volgen op bijvoorbeeld een middelbare school of universiteit of het simpelweg te druk hebben met andere dingen. Als je kijkt naar deze groep is, dan kun je concluderen dat die groep groter is geworden aangezien in 2011 dat er 85.000 waren en daarna zou oplopen tot 113.000 in 2014. In 2015 is dit weer iets gedaald, maar het vormt nog altijd een aanzienlijk verschil met 2011.

Wat wel een opvallend gegeven is, is dat vrijwel ieder jaar sinds 2011 het aantal jongeren dat werk heeft gezocht is gestegen, waarbij het per jaar verschilde hoeveel jongeren daadwerkelijk een baan hebben gekregen en hoeveel niet. In 2011 waren dit nog een dikke 63.000 jongeren, terwijl dit in 2015 er al ruim 104.000 waren. Alleen in 2014 daalde het getal lichtelijk ten opzichte van 2013. Wat ook opvalt, is dat wel ieder jaar het aantal kinderen op de kinderopvang daalt, op het jaar 2015 na (dan stijgt het iets). Dat kan betekenen dat er minder kinderen geboren worden, of dat ouders hun kinderen liever thuis houden vanwege bijvoorbeeld de kosten.