Depressies en angsten van de jeugd in Nijmegen

Een groot en erkend probleem dat de laatste jaren door veel gedragswetenschappers aangegeven is dat Jeugdzorg landelijk te veel aandacht, geld en tijd besteedt aan kinderen die met name lijden aan gedragsproblemen, drugsverslavingen en criminele handelingen. Op zichzelf is het moeite stoppen in dit soort probleemkinderen geen verkeerd iets, echter wordt er te veel aandacht aan besteed. Dit valt enigszins te verklaren, omdat dit soort symptomen bij kinderen veel zichtbaarder zijn, makkelijker te herkennen zijn en dus relatief makkelijk zijn te behandelen.

Vaak worden daarbij kinderen die kampen met depressies of angststoornissen min of meer over het hoofd gezien door jeugdzorg. Bij kinderen met wie het slecht gaat van binnen, dus die slecht in hun vel zitten of depressief zijn, is het soms veel moeilijker te zien dat het daadwerkelijk slecht met ze gaat. Bovendien is het lastig om, wanneer je depressief bent, om er over te praten met mensen. Omdat depressies en angsten bij kinderen lastiger zijn te herkennen voor een buitenstaander dan aantoonbare problemen in gedrag, zou je kunnen verklaren dat dat de reden moet zijn waarom er minder aandacht wordt geschonken aan kinderen met depressies en angsten.

Dat is precies de reden waarom een aantal instanties in de regio van Nijmegen en de rest van Gelderland de handen ineen hebben geslagen en hebben besloten om een academische werkplaats voor jeugd in en om Nijmegen op te richten. Deze instantie is een bundeling van de krachten van een aantal hulpdiensten, bedrijven en andere organisaties die het nodig vinden dat er wat gedaan wordt aan de toch 37.000 jongeren in Nederland die kampen met depressies en angsten. Deze instantie is in 2011 opgericht onder de naam Inside Out. Het initiatief is onder andere opgezet door Jeugdzorg Gelderland, de Radboud Universiteit Nijmegen en de Hogeschool van Nijmegen (en nog vele anderen).

Opvallend is natuurlijk het feit dat deze instantie zich academisch benoemd en daarmee dus de wetenschappelijke benadering benadrukt. De oprichters van Inside Out willen het probleem serieus aanpakken en hebben daarom ook de hulp ingeschakeld van de plaatselijke universiteit en hogeschool. Zij vonden het belangrijk dat deze kinderen die lijden aan depressies en angstaanvallen geholpen worden door professionals en niet door mensen die graag willen helpen, hoe goed hun intentie ook is. De wetenschappelijke benadering van gedragswetenschappers is belangrijk om het probleem beter aan te kunnen pakken.

Veel kinderen in de hedendaagse maatschappij lijden namelijk aan depressies en angsten vanwege uiteenlopende redenen. Zo kan het zijn dat kinderen jarenlang zijn gepest. Dit kan zorgen dat een kind vanaf dat moment rondloopt met een gevoel van minderwaardigheid of een depressie. Ook andere traumatische ervaringen, een nare thuissituatie met ruziënde of agressieve ouders of andere onzekerheden kunnen bij kinderen van kwetsbare leeftijden (van hun 12e tot 18e levensjaar en daaromheen) depressies of angststoornissen veroorzaken.

Academisch onderzoek

Verschillende studies hebben aangetoond dat ongeveer 15% van de meisjes tussen de 12 en 18 jaar oud lijdt aan een depressie. Hierbij is het probleem dat, vanwege het feit dat minder aandacht van Jeugdzorg over het algemeen gaat naar interne problemen, deze meisjes vaak een verkeerde diagnose krijgen of compleet over het hoofd worden gezien. Daarom wordt er juist door Inside Out wel geïnvesteerd in kinderen met deze problemen. Een voorbeeld van een programma waarin wordt geïnvesteerd is bijvoorbeeld het programma Op Volle Kracht, waarin geprobeerd om depressieve kinderen weer verkracht te laten krijgen.

Een ander project is het onderzoek van een master student die samen met de GGZ Brabant heeft uitgezocht wat de symptomen zijn van kinderen met een depressie. Op deze symptomen heeft deze master student 800 meisjes laten testen en uit onderzoek bleek dat ook in dit geval sprake was van een groep van ongeveer 15% waarbij de symptomen erg aanwezig waren. De helft van die meisjes moest een speciaal trainingsprogramma volgen en de andere helft niet. Na verloop van tijd bleek dat de groep die wel het programma had gevolgd aantoonbaar minder last had van de symptomen van depressies.

Dit soort onderzoeken leveren wetenschappelijk bewijs op dat aantoont dat kinderen of jongeren zeker depressies of angsten hebben. Dit is vaak handig om geld te kunnen declareren via een verzekering of bij de overheid. Een ander groot voordeel van dit soort onderzoeken is dat samenwerking wordt gestimuleerd door verschillende zorginstanties en gedragswetenschappers die zijn opgeleid om de symptomen te herkennen, waarna de instanties de kinderen kunnen helpen. Door de handen in een te slaan kan het probleem grotendeels worden opgelost.